Hoe autofabrieken. Ijzererts Voor 1918 kwam veel

Hoe is het Ruhrgebied ontstaan?

Vroeger was het Ruhrgebied een landbouwstreek totdat ze
in de 19e eeuw ontdekten dat de grond hier vol zat met steenkool.
Steenkool werd in deze tijd ook wel de zwarte diamant genoemd omdat het zoveel
geld waard was. 30 jaar nadat de eerste steenkoolmijn was ontdekt kwamen de staalfabrieken
als paddenstoelen uit de grond.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

Omdat er zoveel fabrieken werden gebouwd groeide de
werkgelegenheid enorm. Dit zorgde ook voor een enorme groei van de bevolking. Steden
met 2000 tot 5000 inwoners aan het beging van de 19e eeuw groeiden
de volgende 100 jaar naar meer dan 100.000 inwoners. Er werden ervaren
mijnwerkers uit andere regio’s opgeroepen om naar het Ruhrgebied te komen om te
werken in de mijnen en staalfabrieken en ongeschoolde mensen begonnen te
verhuizen. Vanaf 1860 was er veel migratie vanuit Silezië , Pommeren ,
Oost-Pruisen en Posen naar het Ruhrgebied. In 1870 leefden er meer dan 3
miljoen mensen in het Ruhrgebied en het nieuwe mijnbouwdistrict was de grootste
industriële regio van Europa geworden.

 

Door het importeren van ijzererts uit de nabije regio in
combinatie met de ontwikkeling van de stoommachine was het Ruhrgebied heel
aantrekkelijk voor de vestiging van de staalindustrie. Door de uitbreidende
mijnen en staalindustrie vestigden nieuwe bedrijven zich die de eindproducten
weer verder verwerkten, zoals machinefabrieken, chemische bedrijven maar ook de
eerste autofabrieken.

 

 

Ijzererts

Voor 1918 kwam
veel van het ijzererts dat bij de staalproductie werd gebruikt uit Lotharingen,
wat door de Duitsers bezet was. Als Elzas-Lotharingen na de Eerste Wereldoorlog
terug gaat naar Frankrijk zorgt dit voor drastische vermindering van ijzererts
in Duitsland.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke steden behoren er allemaal tot het
Ruhrgebied?

Het Ruhrgebied lijkt een eenheid, maar is bestuurlijk
gezien een lappendeken. De regio maakt deel uit van de Duitse deelstaat
Noordrijn-Westfalen en wordt geregeerd vanuit de bestuurlijke centra Münster,
Arnsfeld en Düsseldorf. Al deze steden liggen buiten het Ruhrgebied.

 

Het Ruhrgebied in 2016 telde 5.300.000 inwoners en had
een oppervlakte van 4.435 km2. Het gebied is verdeeld over 11 grote
steden en 42 kleinere gemeenten. Het is omringd door rivieren, de Ruhr, de Rijn
en de Lippe.

 

De grote steden in het Ruhrgebied van groot naar klein
gekeken naar de bevolking zijn:

·        
Dortmund
(575.944 inwoners)

·        
Essen (569.884 inwoners)

·        
Duisburg (486.855 inwoners)

·        
Bochum (361.734 inwoners)

·        
Gelsenkirchen (257.850 inwoners)

·        
Oberhausen (209.097 inwoners)

·        
Hagen (185.996 inwoners)

·        
Hamm (176.048 inwoners)

·        
Herne (154.417 inwoners)

·        
Mülheim
an der Ruhr (166.640 inwoners)

·        
Bottrop (116.017 inwoners)

 

In 2010 werd het Ruhrgebied opgedeeld 5 zogenaamde
bezoeksportalen elk met een centrale stad en een eigen thema:

·        
Bochum was de festival- en theaterstad

·        
Dortmund was de creatieve stad

·        
Duisburg was de havenstad

·        
Essen was de kunstzinnige stad

·        
Oberhausen was meer populair en spectaculair

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groen en groei

 

Hoe komt het dat er hier zoveel stedelijk
groen is?

Het Ruhrgebied is de grootste industriële concentratie
van West-Europa. De streek heeft een lange traditie in de zware industrie van
staal en steenkool. Nergens vind je op zo’n kleine oppervlakte zoveel mijnen,
hoogovens en fabrieken.

 

Maar geloof het
of niet het Ruhrgebied is één van de groenste gebieden van Duitsland. Maar 37,6
procent van het Ruhrgebied is bebouwd. 40,7 procent van het gebied wordt
gebruikt als landbouwgrond en er is 17,6 procent bos. De rest van het gebied
bestaat uit water en andere gronden. Natuurlijk verschilt het aandeel groen per
stad. Zo zijn Gelsenkirchen en Herne bijvoorbeeld voor 70 procent bebouwd,
terwijl Kreis Wesel voor 80 procent uit landbouwgrond en bossen bestaat.

 

Het Ruhrgebied heeft dan wel veel bossen en landbouwgrond
maar de lucht was zeker niet gezond. In de jaren 60 was de smog zo erg dat het
zicht op sommige plekken slechts een paar meter bedroeg. In die periode was ook
de sterfte onder de bevolking aan longaandoeningen hoger dan normaal. Als
iemand op dit soort dagen veel buiten verbleef en aan het eind van de dag z’n
neus snoot, was de zakdoek zwart. Om de lucht enigszins te zuiveren zijn van
noord naar zuid diverse groenzones aangelegd, die bij de overheersende
westenwind voor verfrissing zorgden.

 

 

 

Hoe is het Ruhrgebied gegroeid in de jaren?

Het Ruhrgebied is vooral gegroeid tijdens de industriële
revolutie. Het groeide uit tot een van de belangrijkste industriegebieden in
Europa. In het begin waren er vooral steenkoolmijnen en staalindustrie. Er
kwamen later nog andere dingen bij, zoals elektronica en machinebouw.

 

Door het verwijderen van de grens tussen Rijnland en
Westfalen in 1946 was er een betere integratie van de activiteiten in het
Ruhrgebied. Dit leidde tot verhoogde productie, uitbreiding in het Ruhrgebied
en tot investeringen in het buitenland.

 

Voor de 19e 
eeuw was het een gewone plattelandsregio. Het werd pas een industriële
zone in het midden van de 19e eeuw. Door de ontwikkeling van de
stoommachine konden ze steenkool op veel grootschaliger wijze delven.

 

Ook was het heel makkelijk om de producten te vervoeren
via de rivieren. Naast de rivieren was er ook een spoorlijn van Parijs naar
Berlijn die het vervoeren snel en goedkoop maakten.

 

De staal- en machinefabrieken van Alfred Krupp waren heel
erg bekend omdat hier spoorwegmaterialen zoals de locomotief en de rails werden
gemaakt. Maar ook omdat hier kanonnen werden gemaakt.

 

 

Hoe is het zo belangrijk geworden?

Hoe Ruhrgebied is pas belangrijk geworden nadat ze
ontdekten dat er steenkool onder de grond zat. Het is zo belangrijk geworden
omdat de grondstoffen en producten makkelijk vervoerd konden worden. Het kon
vervoerd worden over de weg, over het spoor maar vooral over het water.

 

 

Verkeersnetten

Je kan in het
Ruhrgebied snel overal komen. Het dichtbevolkte industriegebied is uitstekend
toegankelijk gemaakt voor iedereen. Of je nou met de auto of met de trein gaat,
met de boot of met het vliegtuig de bestemming is altijd dichtbij. Meer dan een
miljoen mensen reizen elke dag in het Ruhrgebied. Ze rijden heen en weer tussen
werk en woning. Er lopen genoeg autosnelwegen, die ook de Noorzeehavens in
Nederland met Oost-Europa verbindt.

 

Spoorwegen

Voor de verbinding tussen Keulen en Minden werd in 1847
de grondsteen gelegd voor het spoorwegennet van het Ruhrgebied. Er is ongeveer
200 kilometer rails waar personen- en goederentreinen over rijden. Reizigers
kunnen onderweg in- en uitstappen op 70 stations. De spoorwegen verbinden ook
de steden in de regio met elkaar. Er maken ongeveer 750 miljoen mensen per jaar
gebruik van de treinen.

 

Kanalen en havens

In totaal loopt er 270 kilometer aan rivieren en kanalen
met scheepvaartroutes door het Ruhrgebied. De twee belangrijkste havens uit het
Ruhrgebied liggen in Dortmund en Duisburg. Vooral de haven van Duisburg
belangrijk. Het heeft ongeveer 160 bedrijven en 5.000 arbeidsplaatsen.

 

Luchthavens

Als je wilt vliegen van en naar het Ruhrgebied kan dat
vanuit de luchthaven van Dortmund en de internationale luchthavens van
Düsseldorf en Keulen. Vanuit de hele wereld is het Ruhrgebied makkelijk te
bereiken met het vliegtuig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Industrialisatie

Al sinds de 13e eeuw werden er kolen gedolven.
Er kon op de moment niet gesproken worden van mijnbouw, maar van kolenmijnen.
Als je naar de industrialisatie kijkt begon de mijnbouw pas aan het begin van de
19e eeuw.

 

De mijnen ontwikkelen heel snel. In 1850 waren er al
ongeveer 300. In cokesfabrieken wordt uit steenkool cokes geproduceerd in de
hoogovens. Nog voordat de steenkoolafzettingen langs de Ruhr waren uitgeput,
werden nieuwe mijnen verder naar het noorden aangelegd. De ontwikkeling van het
Ruhrgebied als leverancier voor kolen en staal heeft voor oprichting van vele
spoorwegmaatschappijen gezorgd. Er waren in het Ruhrgebied in totaal ongeveer
3.200 mijnen.

 

 

 

Kolenmijnen

De romeinen
wisten al dat steenkool als brandstof gebruikt kon worden, maar gebruikten dit
eigenlijk niet omdat hout in deze tijd een veel makkelijker product was om aan
te komen en om te gebruiken als warmte-energie. Ze gebruikten steenkool alleen
als het goedkoop te delven was en dicht bij het oppervlak lag.

 

In de middeleeuwen raakte de houtvoorraad  langzaam op en werd het economisch gezien
interessanter om steenkool te gaan produceren. Er werden langzaam nieuwe mijnen
aangelegd. In Engeland was de omvang van de steenkoolwinning heel groot. Dat
was het eerste land waarin de steenkoolwinning zo groot was omdat het hout hier
heel erg schaars was. Steenkool had hoge transportkosten en werd daarom het
meest gewonnen in locaties dicht bij de zee. Hierdoor stond steenkool ook wel
bekend als ‘sea coal’.

 

Er werden met de tijd steeds meer mijnen aangelegd. De
mijnen werden ook steeds dieper. Hierdoor was er steeds meer grondwater wat
voor probleem zorgden. Je kon namelijk geen kolen delven met zoveel grondwater.
Pas rond 1764 toen de stoommachine werd uitgevonden kon het grondwater met een
grote hoeveelheid tegelijk wegpompen. De mijnen werden zo soms kilometers diep.

 

Mijnbouw

Mijnbouw is de winning van delfstoffen uit de grond voor bijzonder
gebruik of verwerking. Delfstoffen in de mijnbouw kunnen als verschillende
vormen uit de grond komen. In de vaste vorm, in vloeibare vorm of als gas.

 

Je hebt twee verschillende soorten mijnen: open en
gesloten mijnen. Bij open mijnen liggen de delfstoffen aan de oppervlakte en
bij gesloten mijnen zitten de delfstoffen ook nog diep onder de grond. Er zijn
ook nog twee soorten open mijnen, namelijk groeven en dagbouwmijnen. Het
verschil tussen deze twee is dat bij groeven het materiaal wordt afgesneden en
bij dagbouw het materiaal wordt afgeschraapt.

Oorlogen

 

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het Ruhrgebied heel
belangrijk. Het was de centrale wapenfabriek van Duitsland. Het aantal
werknemers in de fabrieken steeg. De mensen die daar werkten waren deels
vrouwen en deels dwangarbeiders.

 

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Duitsland de
herstelbetalingen opgelegd op basis van het Oorlogsschuldartikel 231 van het
Verdrag van Versailles. De Duitse regering noemde de sterke inflatie als reden
voor de betalingsachterstanden.

 

In januari 1923 werd het hele Ruhrgebied bezet door
Belgische en Franse troepen. Dit deden ze uit wraak nadat Duitsland de
reparaties van de Eerste Wereldoorlog niet had uitgevoerd zoals dat wel in het
Verdrag van Versailles stond en Duitsland weer een betalingsachterstand had
opgelopen. De Duitsers reageerden met passief gedrag; er kwam een algemene
staking, ze negeerde de bevelen van de bezettingstroepen en de treinen met
steenkool werden omgeleid en geblokkeerd omdat de Fransen en Belgen deze wilde
afvoeren. In september 1923 werden de stakingen afgeblazen omdat de economie
dreigde in te storten met hyperinflatie en hoge werkloosheid. Door hun eigen
economische problemen aanvaarden de Fransen in 1925 het Dawesplan en trokken
zich terug uit de bezette gebieden.

 

 

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte het bombarderen van het Ruhrgebied
in 1940 tot 1944 een verlies van 30% van de installaties en uitrustingen. Een
tweede slag bij het Ruhrgebied aan het einde van 1944 begon met een aanval op
Dortmund . De verwoestende bombardementen op Dortmund op 12 maart 1945 was een
record voor één doelwit in de hele Tweede Wereldoorlog. Meer dan 4.800 ton
bommen werd door het stadscentrum en het zuiden van de stad gedumpt en 98% van
de gebouwen werd verwoest. Hierna werd het al snel weer opgebouwd.